Waarom is digitale autonomie ineens een bestuursthema?
De keuze voor een softwareplatform wordt vaak gedreven door standaardisatie. CIO’s streven begrijpelijkerwijs naar een overzichtelijk IT-landschap met zo min mogelijk technologieën, leveranciers en beheerlast. Functionaliteit en gebruiksgemak spelen uiteraard mee, maar wegen lang niet altijd het zwaarst.
Steeds meer organisaties vragen zich af hoe afhankelijk ze zijn geworden van de technologie waarop ze dagelijks vertrouwen. Niet alleen omdat software complexer wordt, maar ook omdat leveranciers hun licentiemodellen aanpassen, AI in hoog tempo onderdeel wordt van bedrijfsprocessen en geopolitieke ontwikkelingen de digitale wereld steeds directer raken.
Daardoor verschuift de discussie. De vraag is niet langer welk platform vandaag het beste binnen de gekozen standaard past. De vraag is hoeveel keuzevrijheid je morgen nog overhoudt. Wat gebeurt er als een leverancier de voorwaarden verandert, prijzen verhoogt of een dienst beëindigt? En hoeveel invloed heb je daar als organisatie nog op?
De vraag is niet langer óf je cloud gebruikt, maar hoeveel controle je nog hebt als je leverancier morgen de spelregels verandert.
Van technologie naar regie en keuzevrijheid
Digitale autonomie wordt vaak uitgelegd als het gebruik van Europese technologie of het vermijden van grote internationale leveranciers. Dat klinkt logisch, maar is te beperkt. Vrijwel iedere organisatie gebruikt software van meerdere leveranciers. Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en meestal ook niet wenselijk.
Waar het wél om gaat, is regie. Kan je organisatie zelf bepalen waar data wordt opgeslagen? Kun je een andere hostingomgeving kiezen als dat nodig is? Kun je nieuwe AI-oplossingen inzetten zonder je hele platform te vervangen? En hoe haalbaar is overstappen naar een andere leverancier als dat nodig blijkt?
Digitale autonomie draait niet om alles zelf doen. Het draait om het behouden van keuzevrijheid. De termen digitale autonomie, digitale soevereiniteit en datasoevereiniteit worden vaak door elkaar gebruikt. In deze serie gebruiken we digitale autonomie als overkoepelend begrip: de mate waarin een organisatie de regie en keuzevrijheid behoudt over haar data, technologie en toekomstige keuzes.
Waarom dit onderwerp nu zo actueel is
Tien jaar geleden was overstappen naar een ander platform vooral een IT-project. Tegenwoordig raakt zo’n beslissing vrijwel de hele organisatie. Data voedt dashboards, rapportages, AI-toepassingen en operationele processen. Daardoor zijn de gevolgen van afhankelijkheid groter geworden. Een prijsverhoging, wijziging van voorwaarden of het verdwijnen van een dienst kan veel meer impact hebben dan vroeger.
Ook de geopolitieke ontwikkelingen hebben in Europa voor een wake-upcall gezorgd. Organisaties kijken kritischer naar hun digitale afhankelijkheden en willen zelfstandiger kunnen opereren. Dat betekent niet dat leveranciers moeten worden gewantrouwd, maar wel dat organisaties bewuster moeten kijken naar de keuzes die zij vandaag maken en de mogelijkheden die zij morgen nog willen hebben.
Digitale autonomie gaat uiteindelijk niet alleen over technologie, maar vooral over wie aan het stuur zit als de omstandigheden veranderen, en de ruimte om als organisatie zélf keuzes te blijven maken, zonder onnodig afhankelijk te worden van leveranciers.
Maar hoe ontstaat die afhankelijkheid eigenlijk? Zelden van de ene op de andere dag. Meestal groeit zij ongemerkt, stap voor stap. In het volgende deel bekijken we hoe vendor lock-in ontstaat en welke ontwerpkeuzes helpen om die afhankelijkheid te voorkomen.
WAAROM DIMENSIONAL INSIGHT?
MEER WETEN OVER DIGITALE AUTONOMIE?
